De Doos van Pandora

De komst van de Urzai

De dwingende vraag van de halfdronken zwerver weerklonk hol in de avondschemering. Stuk voor stuk huiverden de leden van het drietal bij de aanblik van de vermoorde Gerlanus. Ze vreesden dat iedere seconde hun laatste zou kunnen zijn. Iemand die een stadswachter van Pandora zonder blikken of blozen durfde te doden, zou er niet voor terugdeinzen om twee volslagen vreemdelingen om het leven te brengen.

Nog voordat Isaac de kans kreeg een ontkennend antwoord te geven op de vraag van de dronkaard, zoefde er al een tweede pijl door de lucht. Razon maakte op geen enkel ogenblik een schijn van kans. Hij was reeds dood voordat zijn lichaam de grond raakte. De schacht van de pijl had de hartstreek van de tweede poortwachter volledig doorboord. De handgesneden pijlveren kleurden onmiddellijk donkerrood van het bloed en de brede fijngeslepen pijlpunt was duidelijk ontworpen om grote wonden toe te brengen. De signaalhoorn bungelde nu doelloos rond Razon zijn hals, die in een vreemde knik op de grond lag. Zijn bloeddoorlopen ogen waren wijd opengesperd en zijn wazige blik stond op oneindig. In die allerlaatste seconden had Razon geen enkele hoop gekoesterd…

Nu beide Westelijke poortwachters dood waren stonden de twee vreemdelingen er verslagen bij. Nog vooraleer zij de beschutting van de binnenstad konden opzoeken traden er drie schimmen uit de inktzwarte duisternis naar voren. De centrale figuur was zonder twijfel een eeuwenoude en doortrapte magiër. Zijn gelaat was overwegend bedekt met een hagelwitte groezelige baard en in zijn hand hield hij een weelderig versierde ebbenhouten staf. De bovenlip van de magiër krulde onheilspellend naar boven en hij liet zijn rotte voortanden zien. Zelfs van op een beperkte afstand hing de intense stank van dood en verderf om hem heen. De oude magiër werd geflankeerd door twee afgrijselijke Urzai. Eén van hen hield in zijn linkerhand de kruisboog die Razon en Gerlanus zonder twijfel om het leven had gebracht. Het wapen was nog steeds gespannen en klaar om opnieuw te vuren. De andere Urzai verloor Isaac geen seconde uit het oog terwijl hij vervaarlijk met een handbijl zwaaide. In hun ogen stond geen afgunst, haat of bitterheid te lezen, enkel een peilloze diepte.

Onaangekondigd wees de grijnzende magiër zelfvoldaan met zijn staf in de richting van de twee vreemdelingen die nog in leven waren. Op aangeven van dit geraffineerde teken snelde de Urzai, voorzien van een hakbijl, als een stormram in de richting van Isaac. Zijn enige doel was om hem te doden. De andere Urzai legde zijn kruisboog aan en mikte rustig op het hoofd van de halfdronken zwerver. De magiër zelf trok zich met trage schreden en een onheilspellende grimas terug in het avondduister. Het laatste wat Isaac van hem zag was de punt van zijn smerige hoed die kortstondig oplichtte in het donker…

Comments

Commentaar op dit deeltje is altijd welkom! Zowel inhoudelijk als qua spellingsfouten. Ieder van jullie kan nu verder schrijven. Vergeet vooral de link onder Urzai niet te lezen! We spelen freeform roleplaying wat wil zeggen dat we geen gebruik gaan maken van dobbelstenen. Enkel het narratieve element telt!

Wat heb ik dat weer mooi gezegd :-).

De komst van de Urzai
 

Mooooooie tekst als heropener!!

De komst van de Urzai
GeGo

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.