De Doos van Pandora

Klaar om erop los te hakken...

Isaac had Razon zien vallen, hij had de schimmen tevoorschijn zien komen, de donkere magiër het gebaar zien maken om hem vervolgens te zien omdraaien, terug verdwijnen in de duisternis. Bij dit alles had hij tegen de stadsmuur gestaan en gewacht, gewacht op een kans. Wanneer hij het wezen, wat hij op het eerste zicht als een dwerg zou classificeren, op zich zag afstormen kreeg hij die kans. Hij voelde geen angst, geen drang om de confrontatie uit de weg te gaan. Als hij al iets voelde was het opluchting. Eindelijk actie, eindelijk kon hij iets ondernemen waarmee hij de situatie naar zijn hand kon zetten.

Het eerste wat hij deed, instinctief, was zijn zwaard uit de schede halen, uiterst snel en vloeiend. De korte blikkering en het gladde geluid dat het zwaard maakte verraadde dat Isaac deze handeling al wel eens eerder had uitgevoerd.

Hij voelde de muur in zijn rug en waar de harde stenen hem eerst een gevoel van beschutting hadden gegeven, gaf de stadsmuur hem nu het gevoel van beperking. Hij zette vijf stevige stappen voorwaarts en haalde terwijl het zwaard met beide handen omhoog, rechtop, ter hoogte van zijn schouder. Hij was klaar om erop los te hakken. Op het moment dat de Urzai vertrokken was had Isaac de hakbijl al gezien. Het wezen naderde zeer snel en zwaaide vervaarlijk met de bijl. In de enkele seconden dat het duurde tot het wezen binnen het bereik van zijn zwaard was, nam Isaac het wezen in zich op, maakte schattingen naar grootte, kracht, snelheid en vaardigheid. Hij zag de bewegingen die het wezen maakte en vormde zich een beeld van zijn tegenstander. Een ander had misschien een meer defensieve houding aangenomen tegenover een onbekende tegenstander, maar Isaac ging ervan uit dat deze kleinere tegenstander, met ook een inferieur wapen, geen maat was voor hem. Het gevecht was in zijn hoofd al afgelopen…

Op het allerlaatste moment dat Isaac binnen het bereik van de ondode was zette Isaac bliksemsnel twee grote stappen opzij. Hierdoor was de opgebouwde snelheid van de Urzai nutteloos geworden en schoot hij Isaac voorbij. Nu moest de Urzai afremmen en zich omdraaien. Maar Isaac had alles uitgerekend en terwijl het wezen nog tegen zijn eigen snelheid vocht maakte de jonge prins al een eerste zwaai met zijn zwaard. Met beide handen om zoveel mogelijk kracht te kunnen gebruiken liet hij het zwaard van zijn rechterschouder een allesvernietigende boog maken, schuin naar onderen. De Urzai kon in een reflex zijn hakblij nog opwerpen ter verdediging, maar de machtige haal van Isaac sloeg de bijl uit het machteloze hand van zijn tegenstander. De Urzai had nog maar net door dat hij ontwapend was toen Isaac al een tweede zwaai aanvatte. Isaac zette hierin nogmaals alle kracht die hij bezat en het zwaard kliefde, na de laatste adem van zijn tegenstander te hebben gespleten, een aanzienlijk deel van de Urzai zelf. Zijn zwaard kwam tot stilstand. Isaac zette zijn voet tegen het middel van de dwerg en gaf een korte trek aan zijn zwaard. De Urzai viel ter aarde en Isaac zuchtte.

Het gemak en de snelheid waarmee de jonge prins het zwaard uit de verminkte ondode haalde verraadde dat hij deze handeling al wel eens eerder had uitgevoerd.

Hij stak het zwaard terug in de schede terwijl hij rondkeek. De magiër was verdwenen. Zijn ogen zochten nu de dronkaard. Had hij misschien hulp nodig?

Comments

Echt héél goed geschreven. Ik zal zo snel mogelijk voor een vervolg zorgen!

Klaar om erop los te hakken...
 

ahzo, ik dacht al te vragen wiens beurt het nu was…Schud maar iets uit je pen!

Klaar om erop los te hakken...
GeGo

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.